Inleiding

Start Inleiding Onderzoeksvragen Werkplan Theorie Windtunnels Bestaande vleugels Onderzoeksaanpak Meetresultaten Conclusie Logboek Bronnen Inhoud

Inleiding

‘Als God had gewild dat mensen konden vliegen, had Hij ze wel vleugels gegeven.’ Deze zin werd veel geroepen aan het begin van de 20ste eeuw, toen de vliegkunst net in opkomst was. Toen waren het de gebroeders Wright die de revolutie in gang zetten, door als eerste mens te vliegen in een vliegtuig. Maar deze ontwerpen waren niet origineel, ze waren al veel eerder ontworpen, en misschien wel beter, door Leonardo da Vinci. Deze ‘Homo Universalis’ ontwierp in de 16e eeuw vele verbazingwekkende machines, de meest bijzondere waren wel zijn vliegmachines: helikopters, luchtballonnen en vliegtuigen. Dat die ontwerpen toen niet gevlogen hadden kwam door de mentaliteit van de mensen uit die tijd, die geheel werd gecontroleerd door de kerk. Het kerkelijk gezag geloofde namelijk niet dat mensen konden vliegen, en elke poging daartoe werd afgedaan als ketterij. Leonardo da Vinci wist dat, en daarom had hij al de tekst bij zijn ontwerpen en uitvindingen in geheimschrift opgeschreven, zodat als iemand die zou vinden, niet zou kunnen begrijpen wat voor rare tekeningen dat waren. En dat heeft goed gewerkt, want pas nadat het vliegtuig opnieuw was uitgevonden, werden zijn uitvindingen ontdekt en begrepen.

De ontwerpen van vliegtuigen zijn flink veranderd door de jaren heen, kon het vliegtuig van de gebroeders Wright nog maar 12 meter vliegen, tegenwoordig zijn er vliegtuigen die over de hele wereld (40.000 kilometer) heen kunnen, en niet lang geleden zijn er zelfs vliegtuigen ontworpen die eeuwig kunnen blijven vliegen (een soort ‘vliegende vleugel’ die vliegt op zonne-energie). Ook het doel van vliegen is veranderd, want vroeger wilde men vliegen ‘om het vliegen zelf’ en gold het als statussymbool alleen voor de rijken in europa en de VS. Terwijl vliegen nu geldt als vervoermiddel; voor mensen, voor goederen of om raketten en bommen op een bepaalde plaats te brengen. Met die verandering  zijn ook veranderingen gekomen in de ontwerpen, aangezien de functie van de vliegtuigen is veranderd, want straaljagers moeten snel kunnen, en hebben dus straalturbines, terwijl een sportvliegtuigje een propeller heeft omdat hij niet hard hoeft te gaan of veel hoeft te vervoeren. Ook is het vliegen niet beperkt gebleven tot de aarde alleen, want in de ruimte vliegen vele raketten, satellieten en ruimtestations rond, bemand en onbemand.

Maar hoe het komt dat vliegtuigen vliegen weten veel mensen niet, of ze geven de verkeerde, of te weinig, uitleg. Het is ook niet eenvoudig om goede en toch duidelijke uitleg te geven over één van de vreemdste verschijnselen die de mens kent.

Wij wilden graag écht weten hoe het komt dat vliegtuigen vliegen, en één van de belangrijkste onderdelen die daarbij hoort, de vleugels, onderzoeken. De vleugels van een vliegtuig zijn zeer belangrijk in het bepalen of een vliegtuig zal gaan vliegen, en of het goed of slecht vliegt. Goed vliegen wil eigenlijk zeggen dat een vleugel veel lift genereert met toch een lage weerstand, waardoor er optimaal gevlogen kan worden. Natuurlijk zijn niet alleen de vleugels belangrijk in het vliegproces, ook de romp en motoren helpen mee in het vliegproces, maar om dat ook nog allemaal te onderzoeken hadden we te weinig tijd. Zodoende hebben wij als groep ons geconcentreerd op de vorm van de vleugel: het vleugelprofiel.

Zelfs hierover bestaan verschillende theorieën, en het was dus zaak om de juiste theorie te onderscheidden van de foute, en om te onderzoeken welk profiel het ‘beste’ zou ‘vliegen’ (die  de meeste lift en minste weerstand bij een bepaalde windsnelheid zou genereren).